Nascholingsartikel
21 april 2021

Anesthesie bij de patiënt na longtransplantatie

Hoewel het aantal longtransplantaties de afgelopen jaren vrij stabiel is gebleven, zijn de korte- en langetermijnuitkomsten verbeterd. Het is niet ondenkbaar dat getransplanteerde patiënten operaties nodig kunnen hebben die al dan niet aan hun transplantatie zijn gerelateerd. Bij de preoperatieve screening gaat specifieke aandacht uit naar de functie van de getransplanteerde long(en), de aanwezigheid van afstoting of infectie, en het functioneren van overige orgaansystemen ten gevolge van de bijwerkingen van immunosuppressiva. De fysiologie na longtransplantatie is veranderd, waarbij rekening gehouden moet worden bij het toepassen van algemene en regionale anesthesietechnieken. Geen anesthesietechniek is superieur gebleken en inhalatie-anesthetica kunnen veilig worden gebruikt. Het perioperatieve management van patiënten na longtransplantatie concentreert zich op het behoud van een optimale longfunctie (verminderde hoestreflex, bronchiale hyperreactiviteit, specifieke beademingscondities), de gevolgen van immunosuppressieve therapie op andere orgaansystemen, en aandacht voor infectiepreventie.